De belangrijkste verschillen tussen de hersenen van moderne mensen en neanderthalers ontwikkelden zich waarschijnlijk pas na de geboorte.
Waren neanderthalers nou net zo slim en handig als moderne mensen, of haalde hun hersencapaciteit het niet bij de onze? Paleontologen en antropologen zijn hier nog niet uit. En dus buigen ze zich graag over zaken als schedelverschillen tussen moderne mensen en onze uitgestorven zustersoort. Zo ook deze week in Current Biology. Een stel onderzoekers van het Duitse Max Planck Instituut schrijft in het blad dat de hersenen van moderne mensen en Neanderthalers vlak na de geboorte nog sterk op elkaar leken, maar in het eerste levensjaar uiteen groeiden.
Zij baseren zich hierbij dus op schedels, waarbij ze de schedels van neanderthalers vergeleken met zowel fossiele als recente Homo sapiens schedels. Je hersenpan is namelijk grofweg een weergave van de vorm van je brein. En hoewel dit niet zo ver gaat als frenologen ooit geloofden, kun je hier zeker dingen uit afleiden. Bij zowel pasgeboren moderne mensenbaby’s als bij neanderthalbaby’s is de schedel relatief langgerekt. Bij neanderthalers blijft deze vorm de rest van hun leven ongeveer gelijk. Maar bij mensen wordt de schedel in het eerste levensjaar wat ronder van vorm. Een verandering die gelijk opgaat met de groei en ontwikkeling van bepaalde hersengebieden die belangrijk zijn voor onder meer communicatie.
Eerder werd al eens gesteld dat dit proces van ronder worden van de schedel een belangrijk verschil is tussen mensen en de meest nauw aan ons verwante apensoort, de chimpansee. En dat verschillen in verstandelijke vermogens tussen ons en deze mensapen hiermee samenhangen. De Duitse onderzoekers beweren nu dus datzelfde over moderne mensen en neanderthalers. Hoewel er misschien een kleine slag om de arm moet worden gehouden. Zij baseren hun conclusies namelijk op het zeer beperkte aantal neanderthal babyschedels die ooit gevonden zijn: welgeteld ééntje.
Bron: Noorderlicht
