Op woensdag 14 december 2011 is in het Nederlands Centrum voor Biodiversiteit, het museum Naturalis, in Leiden, een mammoetbaby schedel gepresenteerd. Dit schedeltje, door deskundigen aangemerkt als een heel bijzondere vondst, bestaat uit de bovenschedel en de daarbij behorende onderkaak. Deze schedel is gedetermineerd als een schedel van een wolharige mammoet, Mammuthus primigenius. Het symbool van het IJstijdvak, het Pleistoceen.
De schedel met onderkaak is opgevist in de Noordzee, voor de kust van Zuid-Holland. In het zogenoemde Eurogeulgebied, waaronder andere de vaarroute voor mammoettankers naar de haven van Rotterdam zich bevindt en waar ook miljoenen kubieke meters zand gewonnen wordt voor de aanleg van Maasvlakte 2. Het fraaie fossiel werd opgevist door de kotter “Adrianus”, geregistreerd als OD7, van schipper Jaap Klijn. Het is opgevist tijdens een Noordzee-expeditie, een vistocht waarbij het niet te doen is om tong, schol of tarbot, maar om overblijfselen van zoogdieren uit het IJstijdvak, uit een periode tussen ruwweg 50.000-10.000 jaar voor heden. Dat was toen in April 2011 al weer de 32ste Noordzee-expeditie die werd uitgevoerd.
In verschillende trekken met sleepnetten over de ongelijke Noordzeebodem zijn 14 fragmenten van de schedel opgevist en die zijn door Klaas Post en Albert Hoekman uit Urk weer nauwkeurig in elkaar gelijmd. 10 van die fragmenten, waaronder ook een compleet slagtandje, pasten naadloos. 4 fragmenten waren vanwege ontbrekende delen niet meer te plaatsen.
Dat er resten van ijstijdzoogdieren in het genoemde gebied te vinden zijn, is al heel lang bekend. Er zijn al vele expedities uitgevoerd en ook komen er bijvangsten in de netten van andere kotters terecht als zij hun geluk beproeven voor de kust van Zuid-Holland. Maar, dat er verschillende onderdelen van een skelet te samen gevonden worden, zoals in dit geval de bovenschedel en de bijbehorende onderkaak is een aanwijzing dat die dieren in het betreffende gebied daadwerkelijk hebben geleefd en zijn gestorven. Daarom zijn de deskundigen zo enthousiast over deze vondst. Het schedeltje bevindt zich in de collectie van de heer Klaas Post te Urk en is geregistreerd (opgenomen in zijn fossielencatalogus) onder nummer NO. 4513. De ouderdom wordt gesteld op ongeveer 30.000-50.000 jaar voor heden, gebaseerd op verschillende dateringen (14C-dateringen) die zijn uitgevoerd op andere skeletdelen van andere mammoeten die uit dezelfde afzettingen van de Noordzeebodem voor de kust van Zuid-Holland zijn gevonden.
De Noordzeebodem, zo heb ik al vaker bij mijn fotorapportages vermeld, is in het ijstijdvak een grote kale grasvlakte geweest. Door de experts aangeduid als de “Mammoetsteppe”. In het Pleistoceen een paradijselijk gebied voor grote grazers als wolharige mammoeten, wolharige neushoorn en steppewisenten. Aan het einde van het Pleistoceen werd het dramatisch warmer en is veel ijs dat delen van het noordelijk halfrond bedekte gaan smelten. Dat smeltwater heeft laag gelegen gebieden, wereldwijd, opgevuld en zo is ook de Noordzee tussen Engeland en Nederland ontstaan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er overblijfselen van die dieren in de zeebodem bewaard zijn gebleven en door baggeractiviteiten aan het oppervlak van de zeebodem komen. Door de boomkorvisserij kunnen deze beenderen, tanden en kiezen opgevist worden.
Remie Bakker, de palaeo-kunstenaar (hij maakt veel bedrieglijk echte prehistorische dieren) heeft voor de heer Post een mooie standaard gefabriceerd waarin drie grote, gerestaureerde delen van het mammoetschedeltje opgehangen kunnen worden. Dan wordt het een esthetisch geheel dat zijn weerga niet kent. Dat proces, in het atelier van de kunstenaar in Rotterdam heb ik vastgelegd met verschillende beelden. Het lag daarom voor de hand dat ik er bij de presentatie van het schedeltje in NCB Naturalis aanwezig was voor het vervolg. NCB Naturalis had de bekende mammoetdeskundige Dick Mol van Het Natuurhistorisch te Rotterdam bereid gevonden de presentatie te verzorgen, samen met Remie Bakker.
De presentatie, onder grote belangstelling van genodigden, media en veel kinderen, vond plaats bij het grote en fraaie mammoetskelet in het museum. Ze luisterden aandachtig naar de uileg van Dick Mol en mochten zelf het origineel aanraken om te voelen aan het kauwvlak van de kleine kiesjes. Zo hoorden zij dat het diertje niet ouder was dan anderhalf jaar toen het stierf en dat het vermoedelijk een jongetje is geweest. Dat kon Dick Mol afleiden aan de al relatief grote slagtand die nog grotendeels in de tandkas verankerd ligt. Slechts 2 centimeter van de tand moet in het levende diertje zichtbaar zijn geweest. De kinderen, maar ook de volwassen aanwezigen begrijpen nu heel goed dat de mammoet een graseter is geweest.
Voor het grote skelet, samengesteld uit honderden verschillende beenderen van dieren van gelijke grote en geslacht, een grote stier voorstellende, staat het schedeltje van het anderhalve jaar oude mammoetje ten toon gesteld. Je zou bijna kunnen stellen dat het mammoetjong tijdens de komende kerstvakantie aan het logeren is bij zijn grote oom, in het museum Naturalis in Leiden.
Nog tot 8 januari 2012 zal het schedeltje tentoongesteld blijven in het museum Naturalis. Ik kan U aanraden er een kijkje te gaan nemen.
(Hans Wildschut)
Voor een fotoverslag van de opening en van het in elkaar zetten van het schedeltje door Remie Bakker kun je doorklikken naar de website van Hans.