Professor Kieran McNulty van de universiteit van Minnesota heeft samen met collega Karen Baab van Stony Brook University in New York een belangrijke bijdrage geleverd aan het oplossen van een van de grootste paleoantropologische mysteries, namelijk dat gefossiliseerde skeletten die ene mythische “hobbit” vertegenwoordigen een volkomen nieuwe soort in de menselijk evolutionaire stamboom zijn.
De fossielen, van de zogenaamde “hobbit” of Homo floresiensis, werden in 2003 op het Indonesische eiland Flores gevonden. Experts zijn het er nog niet over eens of de 18000 jaar oude resten afkomstig zijn van een diminutieve populatie van moderne mensen (waarvan een individu microcefaal was, oftewel een abnormaal klein hoofd had) of dat ze een tot nog toe onbekende tak van de menselijke stamboom vertegenwoordigen.
Met behulp van 3D modellen, hebben McNulty en zijn collega’s de craniale kenmerken van deze “hobbit” vergeleken met die van een gesimuleerd menselijk fossiel (van dezelfde afmetingen) om te bepalen of de soort verschilde van de moderne mens.
“Homo floresiensis is de spannendste ontdekking van de laatste 50 jaar,” zegt McNulty. “De exemplaren hebben schedels die lijken op iets dat een miljoen jaar eerder al uitgestorven was en andere lichaamsdelen doen denken aan onze 3 miljoen jaar oude menselijke voorouders, en toch leefden ze tot zeer recent – ze waren tijdgenoten van de moderne mens.”
Door de simulatie te vergelijken met de originele Flores schedel die in 2003 gevonden werd, waren McNulty en Baab in staat te laten zien van de originele “hobbit” schedel past binnen de verwschtingen van een kleine hominidesoort en niet de moderne mens. Hun studie werd deze maand online gepubliceerd in Journal of Human Evolution.
Volgens de studie past de structuur van de gefossiliseerde schedel duidelijk in het genus Homo, hoewel het zowel in lichaam als in herseninhoud kleiner is dan ieder ander lid van dit genus. De resultaten van de studie suggereren dat de getheoretiseerde “hobbit” soort een proces van grootte-afname heeft ondergaan, nadat het zich heeft afgespitst van Homo erectus, of zelfs een nog primitievere soort.
“We hebben met deze studie laten zien dat het proces van grootte-afname toegepast op homininen een groot deel van de kenmerken in de Flores schedel kan verklaren,” zegt McNulty. “Het wordt veel moeilijker, om alsnog de hypothese te verdedigen dat het zou gaan om een moderne mens met een zeldzame aandoening.”
De interesse van het grote publiek in de analyse en de implicaties van de Flores “hobbits” is sinds de ontdekking in 2003 nauwelijk afgenomen. Het debat over Homo floresiensis zal voortduren, maar McNulty gelooft dat deze uitgebreide analyse van de reltaie tussen grootte en vorm in menselijke evolutie een belangrijke stap is naar een uiteindelijk begrip van de plaats van de Flores “hobbits” in onze evolutionaire geschiedenis.
“Ik denk dat het overgrote deel van de onderzoekers de fossielen als een nieuwe soort zien,” zegt McNulty over de systematiek van Homo floresiensis. “De aanwijzingen worden steeds sterker, en deze studie bevestigd deze zienswijze.”
Bron: sciencedaily