Vergeet hun vervaarlijke hoektanden – sabeltand ’tijgers’ waren sociale dieren die in familiegroepen leefden, zoals leeuwen dat vandaag de dag doen, volgens Britse en Amerikaanse experts.
De grote hoeveelheid Smilodon fatalis fossielen in de Californische teerputten wijzen erop dat ze groepen aaseters waren, die aangetrokken werden door de noodkreten van vastzittende prooidieren. Onderzoek in Afrika heeft aangetoond dat opgenomen audio materiaal van prooidieren sociale carnivoren aantrekt, maar niet de solitaire jagers. Dit wijst erop dat Smilodon fatalis ook sociaal was, claimt de studie die in het Royal Society Journal gepubliceerd is.
De zogenaamde sabeltand tijger – Smilodon fatalis – is beroemd om zijn extreem lange hoektanden, die tot 18 cm lang konden worden en tot onder de kaaklijn reikten. Hoewel ze in de volksmond ’tijgers’ genoemd worden, maakt de soort deel uit van een andere subfamilie, met een andere levensstijl. De sabeltand ’tijgers’ waren krachtige roofdieren, maar in plaats van eenlingen waren ze sociale dieren, volgens Dr. Chris Carbone, onderzoeker van de Zoological Society of London. Hij zegt: “De uitgestorven sabeltand kat, Smilodon fatalis, is een soort van mysterie, we weten vrij weinig van het gedrag van het dier. Dit onderzoek geeft aan dat het aannemelijker is dat hij in groepen leefden, in plaats van als solitair dier.”

S. fatalis – een van de vele soorten sabeltand katten – leefde tussen 1,6 miljoen en 10.000 jaar geleden in Noord en Zuid Amerika. Veel Smilodon fossielen zijn gevonden in de Laat Pleistocene teerputten van Rancho La Brea in California. Hier werden ze naartoe gelokt door de doodskreten van vastzittende herbivoren. De fossielen zijn hier zo talrijk, dat vele paleontologen nu denken dat de katten groepsjagers waren, die op de prooidieren aasden.
Voor meer bewijs, keken Dr. Carbone en zijn collega’s naar het gedrag van hedendaagse carnovoren in de Serengeti regio van Tanzania het het Kruger Nationaal Park in Zuid Afrika. Hier werden grote katten gelokt door audiobanden van prooidieren in nood of de geluiden van leeuwen en hyena’s af te spelen. Door deze banden werd een aantal sociale roofdiersoorten aangetrokken. 84% van de dieren die op de geluiden afkwamen waren leeuw of hyena. Solitaire carnivoren waren schaars. Globaal genomen kwamen sociale carnivoren 60 keer meer op de geluiden af dan verwacht werd op basis van hun voorkomen in de regio. De onderzoekers vergeleken deze resultaten met de roofdiersoorten die in de teerputten gevonden werden. Zij zagen dat twee soorten domineerden. De reuzenwolf (Canis dirus) (51%) en Smilodon fatalis (33%) vormen samen 84% van de carnivoren in de teerputten.
“De treffende gelijkenissen tussen de hedendaagse resultaten en het fossiele bestand steunt de conclusie dat Smilodon sociaal was,” zegt Dr. Carbone.
“De sabeltanden waren afhankelijk van aas als voedselbron en ze hebben een gecompliceerdere sociale organisatie ontwikkeld om hun consumptie te optimaliseren.”
Professor Alan Turner, een expert in de evolutie van carnivoren, van John Moores University in Liverpool, zegt: “Deze bevindingen zijn logisch als je kijkt naar het hele plaatje. In de teerputten vind je zoveel sabeltand fossielen. Het aantal roofdieren is bijna gelijk aan het aantal prooidieren. Dit impliceert dat meerdere carnivoren tot de prooidieren werden aangetrokken. Logischerwijs komen niet al deze predatoren uit verschillende territoria. We hebben nu een reeks bewijzen – van het fossiele bestand en van hedendaagse ecologische studies – die allemaal erop wijzen dat sabeltand ’tijgers’ sociaal waren. We kunnen niet stellen dat het hiermee is afgedaan, maar we hebben zeer sterke aanwijzingen.”
Bij het onderzoek, gepubliceerd in The Royal Society’s journal Biology Letters, zijn onderzoekers van de universiteit van California, Tshwane University of Technology en de universiteit van Pretoria betrokken.
Bron: BBC