Orang-oetans en ijstijden: Grote aap redde het net, zegt DNA

De orang-oetans op Borneo zijn al 3,5 miljoen jaar gescheiden van die op Sumatra, bewijst hun DNA. Ze vormen dus een aparte soort. Dat de Borneose apen onderling juist opvallend weinig verschillen, komt doordat ze ooit bijna verdwenen waren.

Hoe zullen diersoorten reageren op grote veranderingen in het milieu, zoals ontbossing en klimaatverandering? Het helpt als je iets weet over de evolutionaire geschiedenis van zo’n soort. Heeft hij eerder grote milieuveranderingen doorstaan, dan maakt hij nu misschien ook een kans.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de orang-oetans die leven op het eiland Borneo, een van de hotspots van biodiversiteit in de wereld. Uit vergelijkend DNA-onderzoek is bekend dat die zo’n 2,5 miljoen jaar geleden gescheiden zijn geraakt van de orang-oetans op Sumatra. Dat is lang genoeg om van aparte soorten te spreken: Pongo pygmaeus op Borneo en Pongo abelii op Sumatra.

Op Borneo leven bovendien drie verschillende ondersoorten. Hoe sterk die met elkaar verwant zijn, was nog niet bekend. Een internationale groep onderzoekers heeft nu het mitochondriaal DNA van zo veel mogelijk van deze apen met elkaar vergeleken, schrijven ze in Proceedings of the National Academy of Sciences. Ze isoleerden dit DNA, dat alleen via de moeder overerft, uit poepmonsters en haren van wilde orang-oetans die in de loop van jaren verzameld zijn.

Lees de rest van dit bericht op Noorderlicht.

Geef een reactie