Grote leeuwen in Noord-Amerika

Tot 13.000 jaar geleden zwierven er grote leeuwen door Noord-Amerika en Europa, aldus een nieuwe studie, gepubliceerd in Molecular Ecology. “Deze oude leeuwen waren een vergrootte versie van de hedendaagse leeuwen, tot 25 procent groter,” zegt Ross Barnett, onderzoeker aan de Universiteit van Oxford. De studie toont aan dat de uitgestorven noordamerikaanse grote katten meer verwant zijn aan hedendaagse leeuwen, dan aan andere nu nog levende grote kattensoorten in Noord-Amerika, zoals de jaguar.

Foto van de schedel van de uitgestorven leeuw van Californie (boven), de uitgestorven leeuw van Alaska (midden) en een moderne leeuwenschedel uit Afrika (beneden); foto copyright Nobby Yamaguchi/University of Oxford
Foto van de schedel van de uitgestorven leeuw van Californie (boven), de uitgestorven leeuw van Alaska (midden) en een moderne leeuwenschedel uit Afrika (beneden); foto copyright Nobby Yamaguchi/University of Oxford

Om de genetische stamboom van de katten in kaart te brengen, analyseerden de onderzoekers DNA monster van fossielen van over het gehele noordelijk halfrond, van Duitsland tot aan Wyoming. Het onderzoek toonde aan dat de Pleistocene leeuwen die in Europa en Alaska leefden dichter aan elkaar verwant waren dan aan de katten die zuidelijker, in Zuid-Amerika leefden. Het onderzoeksteam uit Oxford verklaart dit door te wijzen op de Bering landbrug, die Siberie en Alaska gedurende de laatste ijstijd met elkaar verbond. Hierdoor waren de katten in staat vanuit Eurazie naar Noord Amerika te trekken. IJskappen sneden later het pad zuidwaards vanuit Yukon in Canada af, waardoor de populatie in het zuiden geisoleerd raakte en uiteindelijk genetisch uitstierf.

Na tienduizenden jaren op de toendra gejaagd te hebben, stierven de leeuwen, samen met mammoeten en andere grote dieren, rond 13.000 jaar geleden uit. “We weten nog steeds niet precies wat dit uitsterven veroorzaakt heeft,” zegt co-autheur Nobby Yamaguchi, onderzoeker bij Oxford’s Wildlife Conservation Unit, “maar het is aannemelijk dat de vroege mens er op een of andere manier mee te maken had.”

Bron: Scientific American

Geef een reactie